Vloerverwarming inregelen betekent dat je de waterstroming door alle groepen gelijkmatig verdeelt, zodat elke ruimte de juiste hoeveelheid warmte krijgt. Dat doe je door de debieten per groep in te stellen via de flowmeters op de verdeler, of door de pompsnelheid en de afstelknoppen handmatig te balanceren. Doe je dit niet, dan verwarmt de ene kamer te snel en blijft de andere koud.
Waarom inregelen nodig is
Vloerverwarming bestaat uit meerdere leidinggroepen die allemaal op één verdeler zijn aangesloten. Elke groep heeft een andere lengte: de badkamer heeft vaak een korte groep van pakweg 30 meter, de woonkamer kan oplopen tot 100 meter of meer. Water kiest altijd de weg met de minste weerstand. Zonder inregelen stroomt er veel te veel water door de korte groepen en veel te weinig door de lange. Het gevolg is ongelijkmatige warmteverdeling en een hoog energieverbruik.
Vloerverwarming inregelen met flowmeters
De meest nauwkeurige manier is werken met flowmeters. Die zitten op de retourzijde van de verdeler en laten je precies zien hoeveel liter per minuut er door elke groep stroomt. De gewenste waarde bereken je op basis van de groepslengte en het buisdiameter. Als vuistregel geldt voor een standaard buisdiameter van 17 mm een debiet van ongeveer 1 tot 2 liter per minuut per groep, afhankelijk van de warmtebehoefte van de ruimte.
Zo ga je te werk:
- Zet alle groepen volledig open.
- Zet de pomp aan op de laagste stand en lees de flowmeters af.
- Sluit de groepen met het hoogste debiet gedeeltelijk af met de afstelknop totdat alle groepen een vergelijkbare waarde tonen.
- Vergelijk de waarden opnieuw en stel bij totdat het geheel in balans is.
- Controleer na een dag of twee of de temperaturen kloppen en stel eventueel opnieuw bij.
Inregelen zonder flowmeters
Heb je geen flowmeters op je verdeler? Dan kun je handmatig inregelen op basis van temperatuurverschil tussen aanvoer en retour. Dit heet de deltatemperatuur (deltaT) meten. Ideaal is een verschil van ongeveer 5 tot 10 graden Celsius tussen aanvoer- en retourtemperatuur per groep. Is het verschil groter, dan stroomt er te weinig water door die groep en moet je de afstelknop verder openen. Is het verschil kleiner dan 5 graden, dan stroomt er te veel water en kun je die groep iets dichtdraaien.
Je hebt hiervoor twee temperatuurvoelers nodig. Meet de aanvoertemperatuur en de retourtemperatuur bij elke groep apart. Werk systematisch van de verste groep naar de dichtstbijzijnde, want aanpassingen aan één groep beïnvloeden de andere.
De pompsnelheid instellen
De circulatiepomp speelt een grote rol bij het inregelen. Een te lage pompstand zorgt ervoor dat het water de verste of langste groepen niet goed bereikt. Een te hoge stand veroorzaakt stroomgeluid en onnodig energieverbruik. De meeste pompen hebben drie standen. Begin bij stand I (laag) en kijk of alle groepen warm worden. Worden de verste groepen niet warm of is het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour te groot, zet de pomp dan een stand hoger naar stand II of III. Controleer daarna opnieuw de debieten of temperatuurverschillen en stel de verdeler opnieuw in als dat nodig is.
Veelgemaakte fouten bij het inregelen
Een groep volledig dichtdraaien terwijl de pomp draait kan de pomp beschadigen. Zorg altijd dat minimaal één groep volledig open staat. Een andere veelgemaakte fout is inregelen terwijl het systeem nog lucht bevat. Ontlucht de verdeler en alle groepen eerst volledig voordat je begint met afstellen. Luchtbellen geven een vals beeld van de doorstroming en temperatuur.
Ook de verwachtingen spelen een rol. Vloerverwarming reageert traag, soms duurt het 24 tot 48 uur voordat een ruimte op temperatuur is na een aanpassing. Beoordeel het resultaat dus niet na een uur, maar na een volledige dag.
Goed ingeregelde vloerverwarming werkt stil, gelijkmatig en zuinig. Neem er de tijd voor: één dag zorgvuldig afstellen levert jarenlang comfort en een lager gasverbruik op.



