De ideale temperatuur voor vloerverwarming in huis ligt overdag tussen de 18 °C en 21 °C op de thermostaat. Dat is de ruimtetemperatuur die je instelt, niet de temperatuur van het water dat door de vloer stroomt. Die watertemperatuur, ook wel aanvoertemperatuur genoemd, is een apart verhaal en ligt doorgaans een stuk hoger.
Vloerverwarming werkt anders dan een radiator. De vloer geeft langzaam en gelijkmatig warmte af over een groot oppervlak. Daardoor voelt een ruimte bij 19 °C al comfortabeler aan dan bij radiatorverwarming op dezelfde temperatuur. Je hoeft de thermostaat dus niet hoger te zetten dan je gewend bent.
Aanvoertemperatuur van het water
Naast de ruimtetemperatuur op je thermostaat is er de aanvoertemperatuur: hoe warm het water uit de cv-ketel of warmtepomp de vloer ingaat. Bij vloerverwarming ligt die aanvoertemperatuur veel lager dan bij radiatoren. Radiatoren werken vaak op 70 tot 90 °C, terwijl vloerverwarming voldoende heeft aan een aanvoertemperatuur van ongeveer 30 tot 45 °C. Hoe goed je huis is geïsoleerd, bepaalt grotendeels waar je in die range uitkomt.
In goed geïsoleerde woningen, zoals nieuwbouwhuizen met een hoog energielabel, is 30 tot 35 °C aanvoertemperatuur vaak al genoeg. In oudere huizen met minder isolatie kan dat oplopen naar 40 of 45 °C. Ga je hoger dan 50 °C, dan kan de vloer onaangenaam warm aanvoelen voor blote voeten en kunnen sommige vloermaterialen er last van krijgen.
Maximale vloertemperatuur
De vloer zelf mag niet onbeperkt warm worden. Voor een comfortabele en veilige situatie geldt als vuistregel dat de oppervlaktetemperatuur van de vloer niet hoger moet komen dan 29 °C in verblijfsruimtes. In badkamers of ruimtes waar je minder lang staat, mag dat oplopen tot ongeveer 33 °C. Boven de 33 °C wordt het onprettig voor blote voeten en kan langdurig contact ongemak geven.
Dit heeft ook gevolgen voor je vloerbedekking. Laminaat, parket en bepaalde soorten vinyl hebben een maximale gebruikstemperatuur. Die staat meestal in de productspecificaties. Stel je de aanvoertemperatuur te hoog in, dan beschadig je op termijn de vloer.
Nachtstand en setback-temperatuur
Vloerverwarming reageert traag. Het duurt uren voordat de vloer op temperatuur is, en ook het afkoelen gaat langzaam. Daardoor is een diepe nachtstand, zoals je dat bij radiatoren soms doet, bij vloerverwarming vaak niet slim. De ketel moet dan ’s ochtends vroeg hard werken om de vloer weer op te warmen, wat energie kost en comfortproblemen geeft.
Een bescheiden setback van 1 tot 2 graden ’s nachts, van 20 °C naar 18 °C bijvoorbeeld, is wel zinvol. Meer dan dat levert zelden extra besparing op bij vloerverwarming, en kan er juist voor zorgen dat je ’s ochtends in een koude kamer staat.
Kamers met een andere functie
Niet elke ruimte heeft dezelfde ideale temperatuur. Een badkamer mag iets warmer zijn, veel mensen vinden 22 °C daar prettig. Een slaapkamer is juist beter iets koeler, rond de 16 tot 18 °C. Als je vloerverwarming per ruimte regelbaar is via groepsregelaars of kamerthermostaten, kun je deze temperaturen per kamer instellen. Dat geeft zowel meer comfort als minder energieverbruik.
Let op: sommige systemen hebben een centrale mixer die de aanvoertemperatuur voor het hele huis bepaalt. In dat geval kun je per groep wel de doorstroming regelen, maar niet de watertemperatuur per ruimte aanpassen. De ruimtetemperatuur regel je dan via de thermostaat of een kamerthermostaat.
De juiste temperatuur voor vloerverwarming is dus een combinatie van de ruimtetemperatuur op je thermostaat (18 tot 21 °C), een aanvoertemperatuur afgestemd op je isolatieniveau (30 tot 45 °C) en een vloeroppervlaktetemperatuur die onder de 29 °C blijft in woonruimtes. Begin met een lage aanvoertemperatuur en schroef die alleen hoger als de ruimte niet op temperatuur komt. Dat is de meest energiezuinige aanpak.



