Vloerverwarming bijvullen doe je door de waterdruk in het systeem te verhogen via de vulkraan, totdat de manometer een druk toont van ongeveer 1,5 tot 2 bar. Dit is nodig als de druk te laag is gevallen, wat je herkent aan een koude vloer, slechte warmteafgifte of een drukwaarde onder de 1 bar op de manometer van je verwarmingsinstallatie.
Het bijvullen klinkt technisch, maar is in de meeste gevallen zelf goed te doen. Wel is het slim om te weten wat je doet voordat je begint, zodat je het systeem niet beschadigt.
Wanneer moet je de vloerverwarming bijvullen?
Een vloerverwarmingssysteem werkt op water onder druk. Na verloop van tijd kan die druk iets dalen, bijvoorbeeld door kleine luchtverliesjes of doordat er water is ontsnapt bij onderhoud. Als de druk zakt onder de 1 bar, geeft de ketel of warmtepomp vaak een foutmelding en schakelt het systeem uit.
Je herkent een te lage druk aan:
- Een manometer die onder de 1 bar staat (de ideale druk ligt tussen 1,5 en 2 bar)
- Een foutcode op je ketel of warmtepomp
- Zones van de vloer die nauwelijks warm worden
- Radiatoren of leidingen die koud blijven terwijl de ketel wel brandt
Moet je het systeem regelmatig bijvullen, dan is er mogelijk een lek. In dat geval is bijvullen een tijdelijke oplossing en is het verstandig een installateur te laten kijken.
Wat heb je nodig?
Voor het bijvullen heb je geen speciaal gereedschap nodig. Controleer vooraf wel de volgende punten:
- Een vulslang of vulkraan (zit vaak al vast aan de installatie)
- Toegang tot de manometer van je ketel of verdeler
- Weet waar de afsluiter van de watertoevoer zit
Bij een vloerverwarmingssysteem met een aparte verdeler (de zogenaamde verdelergroep) zit de vulkraan doorgaans dicht bij die verdeler. Bij systemen gekoppeld aan een cv-ketel zit de vulkraan vaak direct aan de ketel of in de leiding ernaast.
Vloerverwarming bijvullen: stap voor stap
Volg deze stappen voor een correcte vulling:
- Controleer de huidige druk. Kijk op de manometer. Staat de wijzer onder de 1 bar? Dan is bijvullen nodig.
- Sluit de vulslang aan. Verbind de vulslang tussen de watertoevoer en de vulkraan van de installatie. Zorg dat beide aansluitingen goed vastzitten.
- Open de vulkraan langzaam. Draai de kraan voorzichtig open. Je hoort water het systeem instromen.
- Houd de manometer in de gaten. Stop met vullen zodra de druk op 1,5 tot 2 bar staat. Ga nooit boven de 2,5 bar; dat kan schade veroorzaken aan leidingen en koppelingen.
- Sluit de vulkraan. Draai de kraan dicht zodra de juiste druk is bereikt.
- Verwijder de vulslang. Koppel de slang los en bewaar hem voor later gebruik.
- Reset de ketel of warmtepomp als die een foutmelding gaf. Raadpleeg hiervoor de handleiding van je apparaat.
Bij sommige installaties, zoals systemen gekoppeld aan een NIBE warmtepomp, is er een specifieke procedure die ook ontluchten combineert met bijvullen. Daarvoor loopt het systeem eerst de luchtventielen af voordat het op druk gebracht wordt.
Ontluchten bij het bijvullen
Lucht in de leidingen is een veelvoorkomend probleem, zeker na het bijvullen. Lucht zorgt ervoor dat water niet goed kan circuleren, waardoor sommige zones van de vloer koud blijven terwijl de druk wel op orde is.
Controleer na het bijvullen of de circulatiepomp goed draait en of er geen borrelende geluiden hoorbaar zijn. Vloerverwarmingssystemen hebben vaak automatische ontluchtingsventielen op de verdeler, maar soms moet je handmatig ontluchten door een kleine schroef op het ventiel losser te draaien totdat er water uitkomt (zonder lucht). Doe dit met een handdoek bij de hand.
Ontlucht altijd per groep (per lus van de vloerverwarming), van dichtbij naar ver. Zo werkt de lucht systematisch uit het systeem.
Veelgemaakte fouten bij het bijvullen
Een paar valkuilen die je het beste kunt vermijden:
- Te snel vullen. Open de kraan langzaam. Te snel vullen brengt extra lucht mee het systeem in.
- Te hoge druk. Stop op tijd. Boven de 2,5 bar raken koppelingen en leidingen overbelast.
- Vergeten te ontluchten. Bijvullen zonder ontluchten geeft vaak alsnog ongelijkmatige verwarming.
- Regelmatig moeten bijvullen. Als je elke paar weken water moet toevoegen, is er ergens een lek. Laat dat nakijken; doorgaan met bijvullen lost het probleem niet op.
Als de druk na het bijvullen snel weer wegzakt, schakel dan een installateur in. Een lek in vloerverwarmingsleidingen is soms lastig te vinden, maar met een druktest is het goed op te sporen.
Met de juiste druk en een ontlucht systeem werkt vloerverwarming zoals het hoort: gelijkmatig warm, zonder koude vlekken en zonder overbodige foutmeldingen op je ketel.



