Een terras dat na een paar jaar begint te golven, tegels die wiebelen als je erover loopt en kleine hoopjes fijn zand tussen de voegen. Wie dat herkent, heeft vrijwel zeker mieren onder de bestrating zitten. Vervelend, maar het is goed op te lossen en nog beter te voorkomen.
In dit artikel lees je waarom mieren juist onder tegels graag een nest bouwen, hoe je herkent of zij de oorzaak van de verzakking zijn en wat je eraan kunt doen zonder naar gif te grijpen. Ook lees je waar je bij de aanleg van een terras of oprit op moet letten, zodat je er later geen last van hebt.
Waarom mieren juist onder bestrating gaan zitten
De soort die je hier vrijwel altijd tegenkomt is de zwarte wegmier. De naam zegt het al: je vindt hem vooral langs paden en verharding. Onder een terras of oprit treft zo’n kolonie namelijk precies de omstandigheden aan die ze zoekt.
Om te beginnen is er warmte. Tegels en klinkers nemen zonnewarmte op en geven die langzaam af aan het zand eronder. Voor de eitjes en larven in het nest is dat ideaal, want die ontwikkelen zich sneller bij een hogere temperatuur. Een nest onder een zonnig terras loopt daardoor voor op een nest in de schaduw van het gazon.
Daarnaast is het er droog en rustig. De bestrating werkt als een dak, waardoor het zand eronder grotendeels droog blijft. Het nest wordt bovendien niet verstoord door schoffelen, spitten of de grasmaaier.
En dan is er nog de bodem zelf. De straatlaag onder je tegels bestaat uit fijn, los zand. Dat graaft nu eenmaal een stuk makkelijker dan vaste klei of een aangetrilde fundering.
Zo herken je of mieren de oorzaak zijn
Niet elke verzakking komt door mieren. Er zijn een paar oorzaken die er op het oog op lijken, maar die om een heel andere aanpak vragen. Het overzicht hieronder helpt je om het verschil te zien.
| Mogelijke oorzaak | Waaraan je het herkent |
|---|---|
| Mieren | Kleine hoopjes fijn zand op de tegels en in de voegen, wiebelende tegels op een zonnige plek en op warme dagen veel loopverkeer langs de randen. |
| Slecht verdichte ondergrond | Een groter, aaneengesloten vlak dat gelijkmatig wegzakt, meestal al in het eerste jaar na de aanleg, zonder zandhoopjes. |
| Uitspoeling door regenwater | Verzakking langs de rand of vlak bij een regenpijp of afvoer, waarbij je na een flinke bui zand ziet wegspoelen. |
| Boomwortels | Tegels die juist omhoog komen in plaats van wegzakken, altijd in de buurt van een boom of grote struik. |
De zandhoopjes zijn het duidelijkste signaal. Verdwijnen ze na een bui en liggen ze er een paar warme dagen later gewoon weer, dan zit er een actief nest onder.
Hoe mieren je bestrating laten verzakken
Mieren eten geen zand en ze breken ook geen tegels. Wat ze wel doen is graven. Om gangen en kamers te maken brengen ze korrel voor korrel zand naar boven. Dat zand komt via de voegen op de tegels terecht en waait weg of spoelt bij de eerste bui de tuin in.
Onder de tegels blijft daardoor ruimte over. Zolang die holtes klein zijn merk je er niets van, maar bij een groot nest gaat het na verloop van tijd om aanzienlijke hoeveelheden zand. Zodra er gewicht op komt te staan, van jezelf of van een auto, zakt de tegel in die ruimte weg. Zo ontstaat het golvende beeld dat je bij veel oudere terrassen en opritten ziet.
Gelukkig kun je er iets aan doen zonder chemie. Natuurlijke bestrijdingsmiddelen werken bij mieren net even anders dan je misschien verwacht. Het doel is niet zozeer om ze te doden, maar om het nest zo onaantrekkelijk te maken dat de kolonie zelf besluit te vertrekken.
Wat je kunt doen bij een bestaand nest
Waarom spuitbussen en poeders vaak tegenvallen
De mieren die je ziet lopen zijn werksters, en die vormen maar een deel van de kolonie. De koningin zit diep in het nest en komt niet aan de oppervlakte. Bestrijd je alleen wat je ziet, dan blijft zij gewoon nieuwe werksters produceren en is het nest binnen enkele weken weer op sterkte.
Daar komt bij dat middelen die je op bestrating aanbrengt bij de eerste flinke bui in de bodem verdwijnen. Onderweg worden ook insecten geraakt die je juist in je tuin wilt houden.
Aaltjes laten het nest verhuizen
Mieren bestrijden met aaltjes is de meest gebruikte natuurlijke methode. Aaltjes zijn microscopisch kleine wormpjes die je met water over het nest giet. Ze dringen het gangenstelsel binnen en zorgen ervoor dat de mieren hun nest niet langer als een veilige plek ervaren. Het gevolg is dat de kolonie verhuist en de eitjes en larven meeneemt naar een andere plek.
Voor een goed resultaat zijn een paar dingen belangrijk. De bodem moet warm genoeg zijn, wat in de praktijk neerkomt op de periode van het voorjaar tot in het najaar. Maak de grond voor het gieten vochtig en giet er na de behandeling nog een keer water overheen, zodat de aaltjes op diepte komen. Doe het aan het eind van de dag of op een bewolkte dag, want aaltjes kunnen slecht tegen fel zonlicht en uitdroging. Bij een groot of hardnekkig nest is een tweede behandeling meestal nodig.
Houd er rekening mee dat de mieren niet verdwijnen maar verhuizen. Vaak duiken ze een paar meter verderop weer op. Combineer de behandeling daarom met de maatregelen hieronder, anders heb je volgend jaar hetzelfde probleem onder een andere tegel.
Neem de voedselbron weg
Mieren onderhouden een bijzondere relatie met bladluizen. Bladluizen scheiden een zoete stof af, honingdauw genoemd, en dat is voor mieren een belangrijke voedselbron. In ruil daarvoor beschermen de mieren de bladluizen tegen hun natuurlijke vijanden. Zie je een drukke mierenroute langs de gevel of over de schutting omhoog naar een struik, dan is dat vaak de verklaring.
Pak je de bladluizen in de beplanting rond je terras aan, dan wordt de plek een stuk minder interessant. Het is geen directe oplossing voor het nest, maar het scheelt in de aantrekkingskracht van de omgeving.
Voorkomen begint bij de aanleg
Een stevige, verdichte fundering
De belangrijkste maatregel neem je op het moment dat de tegels nog niet liggen. Een goed verdichte fundering van menggranulaat, in lagen aangetrild, is voor mieren een stuk lastiger om in te graven dan los zand. Wie het echt grondig wil aanpakken, legt de bestrating in stabilisatiezand. Dat is een mengsel van zand en cement dat na verloop van tijd uithardt, en daar bouwen mieren geen nest in.
Denk ook aan voldoende afschot, ongeveer een centimeter per meter, zodat regenwater van de bestrating af loopt in plaats van er doorheen zakt. Minder uitspoeling betekent minder verzakking, met of zonder mieren.
Voegen die dicht blijven
Brede, open voegen zijn voor mieren een uitnodiging. Vul de voegen met een voegmiddel dat uithardt, of veeg fijn voegzand goed in en maak het daarna licht nat zodat het inzakt. Herhaal dat tot de voeg vol blijft. Controleer de voegen daarna elk voorjaar even en vul bij waar zand is verdwenen. Dat is een kwartiertje werk en het scheelt je op termijn een hoop.
Wanneer pak je het aan?
Het beste moment is het voorjaar, zodra de bodem is opgewarmd. De kolonie is dan nog relatief klein en er is nog niet veel zand verplaatst. In juli en augustus zie je vervolgens de bekende zwermen vliegende mieren. Dat zijn jonge koninginnen en mannetjes die uitvliegen om nieuwe kolonies te stichten. Een terras met losse voegen is precies de plek waar zo’n jonge koningin zich graag vestigt. Voegen die op dat moment goed dicht zitten, besparen je een hoop werk in de jaren erna.
Kort samengevat
Mieren kiezen voor de ruimte onder je terras of oprit omdat het er warm en droog is en het zand makkelijk graaft. Door het zand dat ze naar boven brengen ontstaan holtes, en die zorgen uiteindelijk voor wiebelende en verzakte tegels. De kleine zandhoopjes tussen de voegen verraden waar het nest zit. Met aaltjes laat je de kolonie verhuizen, en met een goed verdichte fundering, dichte voegen en voldoende afschot houd je het probleem daarna buiten de deur. Zonder gif, en met een terras dat gewoon vlak blijft liggen.


