De minimale afstand tussen de aanvoer en afvoer van een wtw-installatie (warmteterugwinning) bedraagt in de praktijk minstens 1 tot 2 meter, maar de meeste fabrikanten en installatienormen gaan uit van minimaal 2 tot 3 meter om terugzuiging van vervuilde lucht te voorkomen. Hoe kleiner de afstand, hoe groter het risico dat de afvoerlucht (met vocht, CO₂ of geuren) direct de verse buitenlucht vervuilt die het systeem naar binnen zuigt.
Waarom de afstand tussen aan- en afvoer wtw zo belangrijk is
Een wtw-systeem werkt alleen goed als de verse lucht die het systeem aanzuigt écht vers is. De afvoer blaast verbruikte binnenlucht naar buiten, inclusief vochtige lucht uit badkamers, keuken of slaapkamers. Als de afstand tussen de twee openingen te klein is, kan die afvoerlucht terugwaaien naar de toevoer. Dat heet kortsluitstroming. Je hebt dan een systeem dat dure warmteterugwinning toepast op lucht die al half verbruikt is.
Dit is geen theoretisch risico. Bij wind kan de luchtstroom rondom een gevel of dak sterk afwijken van de verwachte richting. Zelfs bij een afstand van 1 meter kan bij ongunstige windrichting kortsluitstroming optreden als de openingen op dezelfde gevel zitten en op gelijke hoogte zijn geplaatst.
Minimale afstand tussen aan- en afvoer wtw volgens normen en fabrikanten
Er is geen universele wettelijke minimumafstand die voor heel Nederland of België geldt, maar de NEN 8087-norm (voor ventilatie in woningen) en de fabrieksrichtlijnen geven concrete handvatten. De meest gehanteerde vuistregels zijn:
- Minstens 2 meter onderlinge afstand bij plaatsing op dezelfde gevel.
- Minstens 1 meter als de openingen op verschillende gevels of op verschillende hoogtes zitten, waarbij ze toch niet recht tegenover elkaar mogen uitkomen.
- Bij dakdoorvoer: de afvoer en aanvoer minimaal 1,5 tot 2 meter van elkaar, waarbij de afvoer bij voorkeur aan de lijzijde (de windzijde weg) wordt geplaatst en de aanvoer aan de loefzijde.
- Nooit beide openingen op dezelfde hoogte recht naast elkaar, ook niet als de onderlinge afstand groter is dan 2 meter.
Veel fabrikanten van wtw-units (zoals Zehnder, Brink of Paul) geven in hun montagehandleiding specifieke minimumafstanden op voor hun dakdoorvoer- of geveldoorvoerset. Raadpleeg altijd de handleiding van jouw specifieke unit, want die afstanden kunnen iets afwijken van de algemene vuistregels.
Aanvoer en afvoer op het dak: extra aandachtspunten
Bij dakdoorvoer speelt de windrichting een grotere rol dan bij een geveldoorvoer, omdat lucht op het dak minder wordt afgeschermd. De beste opstelling is een aanvoerkapje aan de loefzijde (de kant waar de wind op staat) en een afvoerkapje aan de lijzijde. Zo werkt de wind mee in plaats van tegen.
Zit je met een plat dak en weinig ruimte? Dan kun je de afvoer hoger plaatsen dan de aanvoer, minimaal 50 centimeter hoogteverschil, zodat de warme afvoerlucht omhoog stijgt en niet terugwaait naar de lagere aanvoer. Dit is een veelgebruikte oplossing bij beperkte dakruimte.
Let ook op obstakels zoals dakramen, schoorstenen of een dakopbouw. Die kunnen de luchtstroom omleiden en de effectieve afstand tussen aanvoer en afvoer verkleinen, ook als ze op papier ver genoeg uit elkaar zitten.
Wat er misgaat bij een te kleine afstand
De gevolgen van kortsluitstroming merk je niet altijd direct. Het systeem blijft gewoon draaien, maar de luchtkwaliteit in huis verbetert minder dan verwacht. Klachten die kunnen wijzen op een te kleine afstand tussen aanvoer en afvoer wtw zijn:
- Hogere CO₂-waarden in slaapkamers of woonkamers dan je zou verwachten.
- Geurtjes in de verse lucht die vergelijkbaar zijn met badkamer- of keukenlucht.
- Meer vocht in de aangevoerde lucht, wat kan leiden tot condensatieproblemen bij het warmtewiel of de tegenstroom-warmtewisselaar.
Een CO₂-meter of luchtkwaliteitssensor in de leefruimte is een eenvoudige manier om te controleren of je systeem goed functioneert. Piekt de CO₂ structureel boven de 1000 ppm terwijl het systeem op stand 2 of 3 draait, dan is een inspectie van de doorvoerposities de moeite waard.
Wil je zeker weten dat de afstand tussen aanvoer en afvoer van jouw wtw-installatie goed is, laat de situatie dan beoordelen door een installateur die de specifieke handleiding van jouw unit kent en de windroosgegevens van jouw locatie meeneemt. Dat voorkomt dat je een duur systeem plaatst dat in de praktijk maar een fractie van zijn potentieel behaalt.



