Mechanische ventilatie ventielen afstellen: zo doe je het stap voor stap

Mechanische ventilatie ventielen afstellen betekent: de hoeveelheid lucht die door elk ventiel stroomt instellen op de juiste waarde voor die ruimte. Doe je dat niet, dan trekt het systeem te veel lucht uit één kamer en te weinig uit een andere. Het resultaat is slechte luchtkwaliteit, tocht, of een motor die harder werkt dan nodig. Met de juiste aanpak stel je elk ventiel nauwkeurig af en breng je het hele systeem in balans.

Wat je nodig hebt voordat je begint

Voor je een ventiel aanraakt, heb je een meetinstrument nodig: een debietmeter of een balometer. Dit apparaat meet hoeveel lucht er per uur door een ventiel stroomt, uitgedrukt in kubieke meters per uur (m³/h). Zonder meting werk je op gevoel, en dat leidt bijna altijd tot een slecht ingeregeld systeem.

Daarnaast heb je de technische documentatie van je ventilatiesysteem nodig. Daarin staan de streefwaarden per ruimte, ook wel de ontwerpdebieten genoemd. Die waarden zijn bepalend: zij geven aan hoeveel lucht elke ruimte op ontwerp hoort te krijgen of af te voeren. Heb je die documentatie niet, dan geldt als vuistregel dat een badkamer doorgaans 50 tot 75 m³/h afvoert, een toilet 25 tot 50 m³/h en een keuken 75 tot 150 m³/h, afhankelijk van de grootte en het type systeem.

Mechanische ventilatie ventielen afstellen: de stappen

Stel de ventielen altijd af terwijl het systeem op de normale bedrijfsstand draait. Schakel het systeem aan op de stand die je dagelijks gebruikt, meestal stand 2 of een vaste basisstand.

  1. Zet alle ventielen volledig open. Begin met een schone situatie. Draai of schuif elk ventiel naar de maximale openstand. Zo weet je zeker dat je begint zonder onbedoelde beperkingen.
  2. Meet het debiet bij elk ventiel. Houd de debietmeter voor het ventiel en noteer de gemeten waarde in m³/h. Doe dit voor elk ventiel in het systeem, zowel toevoer als afvoer.
  3. Vergelijk de gemeten waarden met de streefwaarden. Noteer voor elk ventiel het verschil. Is de gemeten waarde hoger dan de streefwaarde, dan moet je dat ventiel iets dichtdraaien. Is de waarde te laag, dan moet je eerst controleren of er een ander ventiel te ver dicht staat, want ventielen beïnvloeden elkaar.
  4. Stel het ventiel met het hoogste debiet als eerste af. Begin altijd bij het ventiel dat het meest afwijkt van zijn streefwaarde. Draai het iets dicht en meet opnieuw. Door hier te beginnen, verschuif je het luchtoverschot naar de andere ventielen, waardoor het systeem zichzelf gedeeltelijk herverdeelt.
  5. Werk systematisch alle ventielen langs. Stel elk ventiel bij en meet opnieuw na elke aanpassing. Herhaal dit totdat alle ventielen binnen 10 tot 15 procent van de streefwaarde zitten. Een perfecte match op de exacte waarde is in de praktijk zelden haalbaar.
  6. Doe een eindmeting van het totale debiet. Tel alle gemeten debieten op. De som moet overeenkomen met de capaciteit van de ventilatie-unit op de ingestelde stand. Wijkt het totaal sterk af, dan ligt het probleem mogelijk bij de unit zelf, niet bij de ventielen.

Ventielen die je niet volledig kunt afstellen

Sommige ventielen hebben een vaste minimale en maximale stand. Kun je het debiet niet laag genoeg krijgen, zelfs als het ventiel volledig dicht staat, dan is het ventiel waarschijnlijk te groot voor die aansluiting. In dat geval is een kleiner ventiel de oplossing, niet verder knoeien met de instelling.

Bij een ventiel dat te weinig lucht doorlaat, ook al staat het volledig open, controleer dan eerst of er vuil of stof op het ventiel zit. Een verstopt ventiel geeft een vals lage meting. Maak het ventiel schoon en meet opnieuw voordat je conclusies trekt.

Hoe vaak stel je ventielen opnieuw af?

Na de eerste installatie is het verstandig om na één tot twee jaar opnieuw te meten. Ventielen kunnen in de loop van de tijd verschuiven door trillingen van het systeem, of ze zijn per ongeluk versteld tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Ook als je een ruimte anders gaat gebruiken, bijvoorbeeld een slaapkamer die werkruimte wordt, kan het zinvol zijn om de debietwaarden opnieuw te beoordelen.

Je hoeft het niet jaarlijks te doen als er niets veranderd is en je geen klachten ervaart. Klachten zoals tocht, condensvorming of een muffe geur zijn wel een signaal om de instelling te controleren.

Zelf ventielen afstellen is goed te doen als je systematisch te werk gaat en een debietmeter gebruikt. Ontbreekt de meetapparatuur of de technische documentatie, dan is het slim om een installateur in te schakelen voor de eerste inregeling. Die kan daarna een rapport opstellen met de streefwaarden, zodat je toekomstige bijstellingen zelf kunt uitvoeren.

Scroll naar boven