Het binnenklimaat meten doe je door op regelmatige tijdstippen de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en soms ook de CO₂-concentratie in een ruimte te registreren. Die drie waarden samen geven een betrouwbaar beeld van hoe het klimaat in een gebouw zich gedraagt. Of je nu zorgen hebt over schimmel, gezondheidsklachten of de staat van waardevolle objecten: pas als je gemeten hebt, weet je wat er werkelijk speelt.
Wat je precies meet bij het binnenklimaat
Bij het meten van het binnenklimaat zijn drie grootheden het belangrijkst. De temperatuur geeft aan hoe warm of koud een ruimte is. De relatieve luchtvochtigheid (RV) zegt hoeveel waterdamp de lucht bevat ten opzichte van het maximum dat mogelijk is bij die temperatuur. De CO₂-concentratie is een maat voor de ventilatie: hoe hoger de CO₂, hoe slechter de luchtverversing.
Temperatuur en luchtvochtigheid zijn sterk met elkaar verbonden. Als de temperatuur stijgt maar er geen extra vochtigheid bijkomt, daalt de relatieve luchtvochtigheid automatisch. Dat is precies waarom je beide grootheden tegelijk moet meten om een goed beeld te krijgen.
In specifieke situaties, zoals bij cultureel erfgoed of musea, speelt ook de zogenoemde responstijd een rol. Dat is de tijd die het duurt voordat een materiaal of object reageert op een verandering in het klimaat. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed benoemt dit als een belangrijk achtergrondconcept bij het meten van het binnenklimaat: snelle wisselingen zijn soms schadelijker dan een structureel hogere of lagere waarde.
Welke meetapparatuur gebruik je?
Voor het meten van de temperatuur en luchtvochtigheid gebruik je een datalogger of een hygrometer. Een eenvoudige digitale hygrometer kost al een paar euro en geeft een momentopname. Wil je trends zien, dan heb je een datalogger nodig: dat is een apparaatje dat continu meet en de waarden opslaat. Je kunt die gegevens later uitlezen via een computer of app.
Voor CO₂ zijn aparte sensoren beschikbaar, de zogenoemde NDIR-sensoren (niet-dispersief infrarood). Deze zijn nauwkeuriger dan de goedkopere MOS-sensoren. Een betrouwbare CO₂-meter voor thuisgebruik kost naar schatting ergens tussen de 50 en 150 euro (prijsniveau 2025).
Combinatiemeters die temperatuur, luchtvochtigheid en CO₂ tegelijk meten, zijn er ook. Voor woningen en kantoren zijn die vaak de meest praktische keuze.
Waar en hoe lang meten?
De plek waar je meet, is net zo belangrijk als wat je meet. Houd rekening met het volgende:
- Meet op ademhoogte, ongeveer 1,5 meter, niet vlak bij een raam, radiator of buitendeur.
- Gebruik meerdere meetpunten als de ruimte groot is of als er opvallende temperatuurverschillen zijn tussen hoeken.
- Meet ook op plekken waar je problemen vermoedt, zoals een koude buitenmuur of een slecht geventileerde badkamer.
- Houd de meting lang genoeg vol: een meting van één dag zegt weinig. Een week of langer geeft een betrouwbaarder beeld, zeker over seizoenswisselingen.
Bij gebouwen met waardevolle inhoud, zoals archieven of monumenten, adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om continue metingen te doen over langere periodes, zodat pieken en dalen goed zichtbaar worden.
Wat zijn normale waarden?
Voor een gezonde woning gelden de volgende vuistregels. De temperatuur ligt in woonvertrekken bij voorkeur tussen de 18 en 22 graden Celsius. De relatieve luchtvochtigheid is het prettigst tussen 40 en 60 procent. Onder de 30 procent wordt de lucht te droog, wat klachten aan luchtwegen en huid kan geven. Boven de 65 procent neemt het risico op schimmel en huisstofmijt toe.
De CO₂-concentratie in een gezonde ruimte ligt onder de 800 ppm (parts per million). Boven de 1200 ppm merk je vaak een benauwd, vermoeid gevoel. Ventilatie is dan noodzakelijk.
Veelgemaakte fouten bij het meten van het binnenklimaat
Een meter die tegen een koude muur of in direct zonlicht hangt, geeft een vertekend beeld. Dat is een van de meest voorkomende fouten. Verder meten veel mensen alleen als ze een probleem vermoeden, terwijl juist de periodes voordat er klachten zijn het meest informatief zijn.
Een andere valkuil is het vertrouwen op één meting op één moment. Het binnenklimaat verandert door de dag en het seizoen heen. Eén losse meting van 55 procent luchtvochtigheid vertelt je niets over de piek die ’s nachts misschien tot 75 procent oploopt.
Tot slot: goedkope meters van onbekende merken zijn niet altijd betrouwbaar. Vergelijk ze indien mogelijk met een gecalibreerde meter of koop apparatuur van een fabrikant die de nauwkeurigheid aangeeft in de specificaties.
Met een goede meetopzet, de juiste apparatuur op de juiste plek en metingen over een langere periode heb je alles in handen om het binnenklimaat echt te begrijpen. Pas daarna weet je of ventileren, verwarmen of ontvochten de juiste stap is.



