WTW berekenen doe je door het benodigde luchtdebiet per ruimte vast te stellen op basis van het aantal personen en de functie van de ruimte. Als vuistregel geldt 25 m³ per uur per persoon voor leefruimtes. Met die basisregel kun je per vertrek uitrekenen hoeveel verse lucht je warmteterugwininstallatie moet kunnen leveren.
Het klopt dat WTW (warmteterugwinning) een breed onderwerp is, maar de berekening zelf is concreet en stapsgewijs uit te voeren. Hieronder vind je precies hoe je dat doet, met rekenvoorbeelden.
De basisregel voor het berekenen van je WTW-capaciteit
De meest gebruikte norm in de praktijk is 25 m³ per uur per persoon. Dit getal sluit aan bij wat ventilatie-adviseurs doorgaans hanteren voor woonruimtes. De totale capaciteit die je WTW-unit moet kunnen leveren, bereken je door het aantal personen per ruimte te vermenigvuldigen met 25.
Stel: je hebt een huishouden van 4 personen. Dan heb je voor de woonkamer, waar iedereen tegelijk aanwezig kan zijn, een debiet nodig van 4 x 25 = 100 m³ per uur. Voor een eenpersoonsslaapkamer is dat 1 x 25 = 25 m³ per uur. Voor een tweepersoonsslaapkamer kom je dan uit op 50 m³ per uur.
WTW berekenen per ruimte: een praktisch stappenplan
Doorloop deze stappen voor elke ruimte in je woning afzonderlijk:
- Stap 1 – Bepaal het aantal personen per ruimte. Ga uit van het maximale aantal personen dat tegelijk in die ruimte verblijft. In een kinderslaapkamer is dat 1, in de woonkamer zijn dat alle bewoners samen.
- Stap 2 – Vermenigvuldig met 25 m³/u. Dit geeft het minimale luchtdebiet voor die ruimte.
- Stap 3 – Tel de ruimtes bij elkaar op. De som van alle ruimtes geeft de totale benodigde capaciteit van je WTW-unit.
- Stap 4 – Voeg een marge toe. Een marge van 10 tot 20% bovenop de berekende capaciteit is verstandig, zodat de unit niet continu op volle kracht hoeft te draaien en je ruimte hebt voor piekmomenten.
- Stap 5 – Controleer de natte ruimtes apart. Badkamer, toilet en keuken kennen afzuigeisen die los staan van de persoonseis. Voor een badkamer geldt doorgaans minimaal 50 m³ per uur, voor een toilet rond de 25 m³ per uur en voor een keuken 75 tot 150 m³ per uur afhankelijk van de grootte en het gebruik.
Rekenvoorbeeld voor een gezin van 4
| Ruimte | Personen | Berekening | Debiet (m³/u) |
|---|---|---|---|
| Woonkamer | 4 | 4 x 25 | 100 |
| Slaapkamer 1 (2 personen) | 2 | 2 x 25 | 50 |
| Slaapkamer 2 (1 persoon) | 1 | 1 x 25 | 25 |
| Slaapkamer 3 (1 persoon) | 1 | 1 x 25 | 25 |
| Badkamer | nvt | norm afzuig | 50 |
| Toilet | nvt | norm afzuig | 25 |
| Totaal | 275 |
Met een marge van 15% kom je dan uit op circa 316 m³ per uur. Je zoekt dan een WTW-unit met een maximaal debiet van minimaal 300 tot 325 m³ per uur.
Waar de berekening in de praktijk misgaat
Een veelgemaakte fout is uitgaan van het gemiddelde aantal aanwezige personen in plaats van het maximum. Als je ’s avonds met 4 personen in de woonkamer zit, maar je rekent met 2, is je systeem structureel te klein voor die piekmomenten. Reken dus altijd op het maximum.
Een tweede valkuil is het vergeten van de kanaalweerstand. De berekende capaciteit van je unit is de capaciteit die aan de ventilatieopeningen wordt geleverd, niet de technische maximumcapaciteit op papier. Hoe langer en smaller de kanalen zijn, hoe meer weerstand er ontstaat en hoe minder lucht er uiteindelijk uitkomt. Laat de kanaalindeling meenemen in de berekening, zeker bij complexere plattegronden.
Tot slot: een WTW-unit die constant op maximale stand draait, is lawaaiiger en gaat sneller slijten. Door een unit te kiezen die iets ruimer is dan je berekende minimum, draait het systeem op een lagere, stillere stand en gaat het langer mee.
Met deze stappen en het rekenvoorbeeld heb je een goede basis om de juiste WTW-capaciteit voor jouw woning te bepalen. Bij twijfel over de kanaalindeling of specifieke bouwsituaties is het raadzaam een ventilatie-adviseur te raadplegen die de berekening op maat maakt.



